Test Jezelf


Algemeen advies; hoe kun je naar optimaal gebruik van mobiel leren?

Met mobiel leren kun je in feite alle kanten op, maar het belangrijkste is dat je in eerste instantie de smartphone gebruikt op een manier die bij je onderwijs past. Werk je niet met vakoverstijgende projecten, verwacht dan niet dat dit met mobiel leren op magische wijze gebeurt. Het optimale gebruik van mobiel leren sluit dus aan bij je eigen manier van lesgeven.

Heb je ervaring met een smartphone en zie je hoe de leerlingen er mee om gaan, dan kun je je lessen gaan uitbreiden. Dan kun je meer van de leermogelijkheden benutten, de smartphone vaker inzetten en meer voordeel hebben van deze nieuwe technologie.


Jouw Score

Per onderdeel heb je een aparte score gekregen. Hier kun je lezen wat die score betekent. 

Evaluatie Integratie Activiteiten Samenwerking Creativiteit
Een score van 2-3 geeft aan dat je erg leerkrachtgestuurd toetst. De leerkracht bepaalt wat er wanneer door de hele klas geleerd moet worden, en hij/zij overhoort de leerlingen met een mondelinge of schriftelijke toets. Hierin staat het precies op kunnen noemen van de geleerde stof centraal. Een score van 4-7 geeft aan dat je erg leerkracht en methode gestuurd werkt. De methode is waar je aan vast houdt en leerlingen werken hier doorheen. Een score van 4-7 geeft aan dat je erg leerkrachtgestuurd en klassikaal werkt. Jij bepaalt wat de leerlingen doen, wanneer ze dat doen en meestal zullen ze stil zelfstandig werken. Er is weinig variatie in leeractiviteiten. Een score van 3-5 geeft aan dat je leerlingen weinig samenwerken. Er wordt meestal niet in groepjes gewerkt en de leerlingen komen naar jou toe voor extra uitleg. Een score van 2-3 geeft aan dat je leerlingen vooral informatie reproduceren. De aangeleerde oplossingsmethoden moeten gehanteerd worden en het uit het hoofd leren van lesstof is belangrijk.
Een score van 4-5 geeft aan dat je vooral leerkrachtgestuurd bezig bent. Meestal wordt door jou bepaald wat er geleerd moet worden en hoe dit getoetst wordt. Leerlingen krijgen soms de optie om via werkstuk of presentatie te laten zien wat ze hebben geleerd. Een score van 8-11 geeft aan dat je vooral leerkracht en methodegestuurd werkt. Je houdt de methode als basis maar laat deze ook los om zelf een les te maken of leerlingen de vrijheid te geven een thema te ontdekken. Een score van 8-11 geeft aan dat je vooral leerkrachtgestuurd en klassikaal werkt. Jij bepaalt wat de leerlingen doen, meestal werk je klassikaal. Af en toe werken de leerlingen in groepjes samen, en soms mogen leerlingen zelf kiezen waar ze aan werken. Een score van 6-8 geeft aan dat je leerlingen soms samenwerken. Deze groepjes worden samengesteld uit leerlingen die bij elkaar passen (homogene groepen). Leerlingen vragen meestal jou om hulp als ze ergens niet uit komen. Een score van 4-5 geeft aan dat je leerlingen meestal informatie reproduceren en soms zelf informatie produceren. Leerlingen gebruiken meestal aangeleerde oplossingsmethoden. Soms kunnen ze zelf een oplossing bedenken. Leerlingen leren meestal de lesstof uit hun hoofd.
Een score van 6-7 geeft aan dat je vooral leerlinggestuurd bezig bent. Regelmatig laat de leerling zien wat hij/zij heeft geleerd door werkstukken en presentaties, maar ook de gewone kennistoets is niet verdwenen. Een score van 12-14 geeft aan dat je vooral leerling en themagericht werkt. Je onderwijs is waarschijnlijk ingedeeld in thema’s, waarbij leerlingen delen zelf onderzoeken en jij andere delen geeft, waarbij je gebruik kunt maken van een lesmethode. Een score van 12-14 geeft aan dat je vooral leerlinggestuurd en individueel werkt. Je leerlingen plannen een deel van hun tijd en taken zelf in en werken regelmatig in groepjes. De leeractiviteiten zijn wisselend. Een score van 9-11 geeft aan dat je leerlingen regelmatig samenwerken. Ze overleggen eerst met elkaar en dan pas vragen ze de leerkracht als ze ergens niet uit komen. De leerlingen werken in groepjes, die soms heel divers zijn en soms juist erg hetzelfde (homogeen). Een score van 6-7 geeft aan dat je leerlingen meestal zelf informatie produceren en soms informatie reproduceren. Leerlingen denken meestal eerst na over hun eigen oplossingen en gebruiken soms aangeleerde oplossingsmethoden. Leerlingen gebruiken de lesstof in hun werk.
Een score van 8 geeft aan dat je erg leerlinggestuurd evalueert. Leerlingen geven individueel aan wanneer en wat ze willen evalueren, er wordt voornamelijk getoetst in gesprekken, portfolio of presentaties. Een score van 15-16 geeft aan dat je erg leerlinggestuurd en themagericht werkt. Onderwijs is ingedeeld in thema’s, waar leerlingen grotendeels hun eigen invulling aan kunnen geven. Een score van 15-16 geeft aan dat je erg leerlinggestuurd en individueel werkt. Je leerlingen plannen zelf hun tijd in, zullen ook een groot deel van hun leerstof in overleg met jou bepalen. Ze werken samen of individueel en er worden heel erg wisselende werkvormen gebruikt. Een score van 12 geeft aan dat je leerlingen veel samenwerken in diverse groepen. Ze helpen elkaar als ze ergens niet uit komen. In groepjes en teams heeft elke leerling zijn eigen rol en de teams worden zo divers mogelijk samengesteld. Een score van 8 geeft aan dat je leerlingen vooral zelf informatie moeten produceren. Leerlingen verzinnen hun eigen oplossingen voor problemen en gebruiken lesstof en andere bronnen als bron voor hun werk.

 


Totale score en advies

 

Als je alle deelscores optelt krijg je een totaalscore. In onderstaande tabel staat een schoolomschrijving en een advies voor mobiel leren. Als je jezelf beter vind passen bij een andere schoolomschrijving, kijk daar dan ook. 

Totaalscore: Schooltype Mobiel leren

Helemaal leerkrachtgestuurd (15-26 punten)

Jouw school kenmerkt zich zo (Ros, 2007):

Scenario a: We blijven dicht bij het bestaande.

Het rooster bestaat uit vaste onderdelen met daarin de vertrouwde vakken. De leerkracht geeft klassikaal instructie, waarbij de leerlingen veelal op dezelfde plaats zitten. Alle leerlingen werken tegelijkertijd, in een door de leerkracht aangegeven tempo, naar hetzelfde van te voren vastgelegde resultaat toe. De school gebruikt landelijk genormeerde toetsen om de resultaten vast te leggen en eventuele uitvallers op te sporen. 

Je hebt waarschijnlijk moeite om mobiel leren uitgebreid te gebruiken; je leerlingen krijgen een apparaat waar ze zelfstandig mee moeten werken (meekijken bij 20/30 kleine schermpjes is lastig) en dat zijn ze niet gewend. Je kan een smartphone gebruiken om huidige taken te vervangen en vergemakkelijken. Bijvoorbeeld een extra dictee inspreken op mp3, zodat leerlingen nog eens kunnen oefenen. Dit doe je eenmalig, in de jaren daarna kun je dit ook gebruiken. Heb je hier ervaring mee dan kun je proberen dat gebruik uit te breiden.
Meeste leerkrachtgestuurd (26-37 punten)

Jouw school kenmerkt zich zo (Ros, 2007):

Scenario b: We werken grotendeels klassikaal.

Een deel van het activiteitenplan is flexibel ingevuld, de leerkracht werkt grotendeels klassikaal. Leerkrachten begeleiden hun leerlingen door het voorgeschreven programma en er wordt gewerkt met methodegebonden toetsen. De volgorde van programma onderdelen en de tijd die eraan besteed wordt, kan per leerling verschillen. De methodes worden soms losgelaten, en de leerlingen werken op gezette tijden zelfstandig in hoeken in het lokaal.

Je kunt mobiel leren wisselend inzetten, zowel om bestaande taken te vervangen en verbeteren, als een aanvulling op je onderwijs. Gebruik smartphones bijvoorbeeld om bepaalde vaardigheden of lesstof te oefenen. De flexibiliteit die leerlingen hebben met een smartphone sluit redelijk aan bij jouw manier van werken. Het kan lastig zijn je leerlingen alle vrijheid te geven met mobiel leren. Zorg er dan voor dat je eerst gerichte taken hebt en laat leerlingen (en jezelf) wennen aan de aanwezigheid en het gemak van mobiel leren.

Meeste leerlinggestuurd (38-49 punten)

Jouw school kenmerkt zich zo (Ros, 2007):

Scenario c: We werken voor het merendeel niet klassikaal.

In dit scenario is de invloed van de leerlingen op het programma groot. De leerkracht geeft weinig klassikale instructie, maar begeleidt leerlingen binnen kleinere groepen. Naast bijvoorbeeld internet, de leerkracht en de bibliotheek is de methode een van de leerbronnen. Leerlingen werken zelfstandig en bepalen zelf waaraan ze werken. Toetsen bewaken en stimuleren de ontwikkeling van leerlingen. Regelmatig wordt in verschillende groepen of klasoverstijgend gewerkt.

Je hebt geen enkele moeite om mobiel leren in te zetten; de afwisselende leeractiviteiten en flexibiliteit in je onderwijs sluiten aan bij de diverse mogelijkheden en het gemak van mobiel leren. Je kunt smartphones gebruiken om huidige lessen en leeractiviteiten te vergemakkelijken, maar ook om veranderingen aan te brengen. Het is makkelijk structureren voor leerlingen als ze de agenda functie goed gebruiken. Waarschijnlijk verzinnen je leerlingen leuke toepassingen.
Helemaal leerlinggestuurd (49-60 punten)

Jouw school kenmerkt zich zo (Ros, 2007):

Scenario d: We nemen alles onderhanden

In dit scenario is er geen vastliggend rooster: in deze variant kiezen de leerlingen zelf uit een groot aantal mogelijkheden. De groepen werken door elkaar heen op allerlei plaatsen in en buiten het schoolgebouw. Moderne middelen, zoals het werken met een portfolio, worden gebruikt om de ontwikkeling van de leerlingen ‘te monitoren’. De kinderen worden gecoacht door een vast team van leerkrachten en assistenten.

Voor jou is mobiel leren ontzettend nuttig. Leerlingen kunnen met de smartphone bijvoorbeeld hun agenda maken, zich online inschrijven voor workshops en je kunt als leerkrachtenteam makkelijk contact houden met je leerlingen, waar ze ook zijn. Ook de vrijheid die leerlingen hebben in hun manier van werken sluit aan bij de vele mogelijkheden die mobiel leren biedt. Prettig is voor jou als de smartphone synchroniseert met een persoonlijke harde schijf, zodat leerlingen hun werk 9foto’s, geluid, notities) later op de computer kunnen bewerken in plaats van een klein scherm gebruiken.

 


Achtergrond informatie bij test

Deze test is gebaseerd op de benaderingen van onderwijs zoals die door Voogt (2008) zijn benoemd. Daarbij is uitgegaan van een vierpuntsschaal (heel erg leerlinggestuurd, leerlinggestuurd, leerkrachtgestuurd, heel erg leerkrachtgestuurd), die gebaseerd is op een publicatie van Ros (2007) van de KPC groep. In de adviezen over het gebruik van mobiele technologie is gebruik gemaakt van het SAMR model, waarbij technologie als verbeterend (Substitution, Augmentation) en transformerend (Modification, Redefinition) middel ingezet kan worden.

Deze test is niet een wetenschappelijk verantwoorde en onderzochte test, maar is bedoeld om de leerkracht een idee te geven van waar hij/zij staat en om eens na te denken over de eigen lesmethoden in relatie tot mobiel leren.

 

Referenties

Voogt, J.M. (2008). IT and curriculum processes: Dilemmas and challenges. In J. Voogt, & G. Knezek (Eds.), International handbook of information technology in primary and secondary education. New York: Springer.

Ros, A. (2007). Werken met kernconcepten. ‘s-Hertogenbosch: KPC groep.

SAMR: http://hippasus.com/resources/tte/

Comments are closed.